HISTORIEK  HISTORIQUE  HISTORIC

 

 

H

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                          

De geschiedenis van de Belgische lichtschepen tot 1950

 

De Belgische Noordzeekust is bezaaid met zandbanken. De talrijke schipbreuken en strandingen noopten in het verleden tot het uitleggen van lichtschepen, om gevaarlijke plekken te markeren en schippers de mogelijkheid te bieden zich te kunnen oriênteren in dit labyrint. Hoewel Belgiê een korte kustlijn heeft, zijn er maar liefst vier lichtschipstations actief geweest: Paardemarkt, West-Hinder, Wielingen en Wandelaar. 

De Belgische lichtschepen hebben het zwaar te verduren gehad. Aanvaringen kwamen veelvuldig voor, met grote schade en soms zelfs het zinken van het lichtschip als gevolg. Tijdens WO II zijn aile nog actieve lichtschepen en de reserveschepen tot zinken gebracht door Duitsers, Engelsen of Fransen. In de periode 1950-1951 is een nieuwe vloot gebouwd, bestaande uit drie identieke lichtschepen die bij toerbeurt dienst deden op de twee overgebleven stations West-Hinder en Wandelaar. In 1968 werd de West-Hinder 1 uit dienst genomen. In 1992 volgde nummer 3 en in 1994 werd de West-Hinder 2 als laatste lichtschip voorgoed binnengehaald.

Ik heb met de hulp van Cees Tijsen en Peter Kouwenhoven geprobeerd de geschiedenis van de Belgische lichtschepen te reconstrueren. Een probleem daarbij was dat er veel archiefmateriaal verdwenen is tijdens de oorlog. En de bronnen die er zijn spreken elkaar gedeeltelijk tegen. Met narre over de nummering van de lichtschepen bestaat verwarring. Het was dus echt puzzelen om het spoor van de diverse lichtschepen te volgen. Een deel van de puzzelstukjes ontbreekt nog, maar toch is er een levendig beeld ontstaan van dit stukje van de nautische geschiedenis van Belgiê. In dit deel wordt de periode tot 1950 beschreven, aan de band van de gebeurtenissen rondom de vier lichtschipstations.


Station Paardemarkt
Op 5 november 1848 werd het eerste Belgische lichtschip uitgelegd bij de zandbank Paardemarkt, schuin tegenover de monding van het Zwin. Het was een houten schip met een romp bekleed met koperen platen ter bescherming tegen boorwormen. Door verzanding veranderde de situatie rond de Paardemarkt zodanig dat een lichtschip op deze locatie in 1868 niet meer nodig was. Het station werd opgeheven en het lichtschip werd verplaatst naar de monding van de Wielingenpas.

 

Station Wielingen

Nederland en België hebben na de scheiding vele decennia gediscussieerd over de verantwoordelijkheid voor de bebakening van de Schelde en de soevereiniteit over de belangrijke vaargeul Wielingen. België Wilde al in. 1847 een lichtschip plaatsen in de Wielingen. In 1866 stemde Nederland daarin toe, ondanks het feit dat de discussie over de soevereiniteit bij lange na niet was afgerond (pas in 1996 kwam het tot een akkoord!). Op 24 januari 1868 werd station Wielingen geopend en kreeg de 'ex-Paardemarkt' de naam Wielingen. In de nacht van 27 op 28 februari 1914 is de Wielingen in dichte mist aangevaren door de Zweedse s.s. Northly, met zware averij als gevolg. Het lichtschip is na herstelling in dienst gebleven maar later in het jaar van zijn anker losgeslagen en afgedreven naar Nederlandse wateren. Onmiddellijk na de oorlog, in 1918, is het teruggevonden in Vlissingen. In 1920 is het lichtschip van Vlissingen naar Oostende gesleept en na een opknapbeurt uitgelegd als Wandelaar. Het station Wielingen is in 1920 opgeheven. Er kwam een lichtboei in de plaats.   

 

Station Wandelaar

         

waarschijnlijkheid niet bezet geweest. In 1920 heeft de 'exWielingen', alias 'ex-Paardemarkf, de positie Wandelaar ingenomen. In de jaren 1922 en 1923 werd op de scheepswerf Cockerill in Hoboken een tweetal identieke lichtschepen met een ijzeren lantaarnmast gebouwd: nummer 2, West-Hinder (1922) en nummer 3, Wandelaar (1923). Op dat ogenblik waren er dus drie Wandelaars. Lichtschip nummer 1 heeft nog als reserve dienst gedaan maar de ex-Wielingen vermoedelijk niet meer. In 1925 werd de Wandelaar -welke is onduidelijk- geramd door de Duitse driemaster O. Botriza en schipper Frans Brijs overleed aan zijn verwondingen. In 1930 werd de ex-Wielingen naar Oostende gesleept en daar als depotschip gebruikt. In 1934 is hij gesloopt, na 86 jaar trouwe dienst. Het lot van lichtschip nummer 1 is niet helemaal duidelijk. Er wordt melding gemaakt van meteorologische waarnemingen op het schip tussen 1882 en 1934. Mogelijk is het schip direct na deze periode uit dienst genomen. In 1939 was het er zeker niet meer.

                                 

Station West-Hinder

       

Op 15 maart 1864 werd het eerste lichtschip uitgelegd op de West-Hinderbank, ter hoogte van Oostduinkerke, haaks op de kust. Er is verder niets bekend over dit schip. In de jaren 1870-1872 is een tweede West-Hinder gebouwd door scheepswerf Cockerill, toen nog gevestigd in Antwerpen. In de nacht van 12 op 13 december 1912 woedde er een zware storm op de zuidelijke Noordzee. Op de rede van Vlissingen bevond zich het Duitse stoomschip ss Eksbatana met zijn sleep, de lichter Minnie. Met een zeeloods aan boord vertrok het schip naar Engeland. De loods was de vader van de kapitein van de West-Hinder.

Normaal gaat bij slecht weer de loods mee tot in Engeland. Maar om de loodskosten te besparen werd de loods reeds in Blankenberge terug aan wal gezet. Al snel daarna ging het fout. De Eksbatana kwam te dicht bij de WestHinder. Door de daar aanwezige zware stroming werd de lichter gegrepen en tegen het lichtschip geduwd. De Minnie bleef aan het lichtschip hangen. De kapitein van de WestHinder liet het anker lichten in de hoop van de Minnie los te komen. Doch dit lukte helaas niet. Even later verloor de West-Hinder zijn stabiliteit, kapseisde en zonk. Dit alles voltrok zich in een tijdspanne van 20 minuten. In 1912 kwam het tot een proces dat maar bleef slepen en door de oorlog volledig stil viel. Na de oorlog verklaarde de rechtbank te Antwerpen zich onbevoegd. De zaak werd overgedragen aan een Belgisch-Duits scheidsgerecht. In plaats van de geëiste 250.000 Bfr. werd slechts een klein bedrag uitbetaald. Als vergoeding is er wel een nieuw schip gebouwd in Duitsland. In 1928 is in Papenburg op de Jos Meyerwerf een nieuwe West-Hinder opgeleverd, vrijwel identiek aan de lichtschepen uit Hoboken.


De Tweede Wereldoorlog

In de jaren dertig bezat het Bestuur van het Zeewezen drie lichtschepen: de in Hoboken gebouwde nummers 2 en 3 en de in Papenburg gebouwde nummer 4. Twee van de drie werden uitgelegd resp. bij de Wandelaarbank en de West-Hinderbank, de derde lag in het Zeewezendok te Oostende voor onderhoud of herstel. Over de gebeurtenissen tijdens de eerste oorlogsdagen zijn de diverse bronnen het niet met elkaar eens. De meest waarschijnlijke toedracht is volgens ons als volgt: op 1 oktober 1939, na het uitbreken van de oorlog tussen Duitsland en Polen, werden de dienstdoende lichtschepen binnengehaald. Begin april 1940 werd op verzoek van de zeevarenden de Wandelaar teruggelegd op zijn positie. Vermoedelijk was dit lichtschip het nummer 4, dat als reserve dienst deed. Op 24 april 1940 liep het schip averij op en werd het de haven van Oostende binnengesleept voor herstel. Begin mei 1940 werd het schip teruggelegd. Op 10 mei vielen de Duitse troepen België binnen en kort daarna werd de Wandelaar op zijn ankerplaats tot zinken gebracht.

       

De overgebleven lichtschepen werden op 18 mei 1940 weggesleept vanuit Oostende richting Dieppe, om ze in veiligheid te brengen. Lichtschip nummer 3, de andere Wandelaar, werd door stoomloodsboot 11 op sleep genomen. Stoomloodsboot 12 ontfermde zich over lichtschip nummer 2, West-Hinder. Kort na het vertrek brak de sleeptros van de stoomloodsboot 11 en liep de Wandelaar vast op de Broersbank. Bij het keren van het tij kwam het schip los en strandde vervolgens op de kust vôôr Mariakerke. In december 1940 deed de bezetter pogingen om het schip vlot te trekken doch die mislukten. In maart 1941 werd het schip naar Oostende gesleept om het op te knappen. Het lichtschip werd van vijf luchtafweerkanonnen voorzien en als observatiepost uitgelegd ter hoogte van Blankenberge onder de naam Zephyr. In februari 1942 werd het schip door bommenwerpers van de R.A.F. gekelderd.

De refis van de West-Hinder vanaf 18 mei 1940 verliep heel anders, maar niet minder desastreus. Op sleep richting Dieppe werd het schip ter hoogte van Duinkerke en Calais door Duitse vliegtuigen bestookt. Het schip had 115 personen aan boord: bemanning en familie. Via Dieppe en Le Havre bereikte de stoomloodsboot met zijn sleep op 21 mei de haven van Ouistreham. Op bevel van de Franse marinecommandant mocht de WestHinder de haven niet meer verlaten. Het was niet mogelijk het lichtschip door het kanaal aldaar te slepen, daar men niet over een tweede sleper beschikte om aan de achterzijde van het schip de sleep bij te sturen. De stoomloodsboot 12 is alleen verder gevaren naar St. Malo. De West-Hinder werd op 31 mei door de Zeeleeuw uit Ouistreham naar Cherbourg gesleept. Daar werd het lichtschip door de Franse marine tot zinken gebracht. Later werd het door de Duitsers gelicht. Het verdere lot van het schip is niet bekend. Het
Bestuur van het Zeewezen vond het na de oorlog niet meer terug. Al met al was er in 1945 dus geen enkel Belgisch lichtschip meer over.


Michaël Maerckaert